Kerstverhaal

Kerstverhaal

Jij kwam bij mij op kerstavond. Het was koud en helder. De sterren stonden aan de hemel en de maan was vol. Zwijgend pakten we alles in: slaapzak, warme thee, kaarsen, wat te eten, een kleed en een zaklamp. We trokken onze stevigste schoenen aan, zetten een muts op, deden wanten aan en een shawl om.

We stapten in de auto en gingen op weg. Donker was het, ook al scheen de maan. Het was stil op de weg. De meeste mensen waren binnen. De bomen langs de kant van de weg begeleidden ons als trouwe wachters. De kleine weggetjes kronkelden zich door het land. Toen het asfalt eindigde, parkeerden we de auto op het zandpad. We pakten de spullen en gingen op weg.

De zaklamp verlichtte het pad voor ons. We liepen in doodse stilte, begeleid door sterren en maan naar de plek die ik zo goed kende. De plek die me troostte, moed gaf, steunde en omarmde. De plek die vreugde gaf, dankbaarheid en stilte.

We legden het kleed neer, trokken de slaapzak om ons heen en gingen zitten. De uitgestrekte stilte raakte ons aan. De grond en de lucht waren één in de duisternis.

Stil zaten we de duisternis in te drinken, verzonken in de stilte binnenin. De eerste golven kwamen. Eerst als een kleine rimpeling, een golf. Het werd een vloedgolf. Stromen van tranen, geluiden, beweging kwamen en gingen voorbij.

Voelen nam langzaam de plaats is van verlangen. Overgave nam de plaats in van angst. Dankbaarheid nam de plaats in van onzekerheid. Overvloed stroomde uit elke porie. De hei ontving alle tranen, alle emoties. De grond waarop we zaten omspoelde de angst met dankbaarheid en de onzekerheid met overgave.

Zo zaten we daar: jij en ik. Nog steeds stil, met tranen op de wangen. De vallende sterren maakten geen geluid. De maan ging schuil achter de eerste wolken. De duisternis omhulde ons meer en meer. We keken elkaar aan. Onze tranen glinsterden in het kaarslicht. We dronken onze warme thee.

De golven verdwenen met het licht van de sterren en de maan. Het stille strand bleef over, aan land gekomen hier op de hei.

Zwijgend stonden we op. We vouwden het kleed op, pakten de mand in en rolden de slaapzak op. Nog steeds zwijgend liepen we weer terug. De wind blies nu in ons gezicht. De eerste vlokken sneeuw bleven op onze jas liggen.

Toen we bij de auto kwamen, begon de natuur te fluisteren. “Jij kwam niet bij mij; ik kwam bij mij” zwiepten de takken. “Jij kwam niet bij mij; jij kwam bij jou” zoemde het gras. “Jij kwam niet bij mij; ik was er altijd” suisde de hei. Nooit klonken deze zinnen zo vertrouwd als op deze kerstavond. Tranen vulden mijn ogen. Tranen van herkenning; tranen van stilte; tranen van dankbaarheid. En jij, jij was er: onlosmakelijk verbonden en niet verbonden. Jij ging met me mee, alle dagen en alle nachten. Jij gaat met me mee: alle dagen en alle nachten. Er is geen verschil tussen jou en mij. Er is geen jou en mij. Er is alleen maar …

Dit bericht werd geplaatst in Angels, Bewustzijn, golven, Kringloop, Liefde, Pijn, Thuis en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Kerstverhaal

  1. aswart zegt:

    Een heel erg mooi verhaal, voor mij echt de essentie van kerst.
    Fijne dagen,

    groet, Agnes

  2. Happy zegt:

    …..en daar is God; alles in alles… love is reflected in love…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s